Wijzigingen in de UAE Civil Procedures Law per 1 januari 2026
In de Verenigde Arabische Emiraten (UAE) zijn per 1 januari 2026 belangrijke wijzigingen in het burgerlijk procesrecht van kracht geworden via Federal Decree-Law No. 22 van 2025.
Hieronder volgt een analyse per wetsartikel van de belangrijkste veranderingen, met een beschrijving van de oude regeling, de wijziging zelf en de juridische en praktische gevolgen voor procespartijen.
Artikel 32 – Gespecialiseerde kamers voor nalatenschapszaken en andere civiele zaken
Oude regeling: Er bestonden geen afzonderlijke erfkamers of gespecialiseerde rechtbanken voor nalatenschapskwesties. Alle geschillen over nalatenschappen werden behandeld door de gewone civiele rechtbanken volgens de gebruikelijke procesgang. Dit betekende dat erfzaken dezelfde procedures en beroepsmogelijkheden doorliepen als andere civiele zaken.
Wijziging: Voortaan kunnen er speciale kamers voor nalatenschapszaken worden opgericht bij besluit van de president van de Federale Gerechtelijke Raad of het hoofd van de lokale justitiële autoriteit, zonder instemming van de partijen. Deze erfkamers hebben exclusieve bevoegdheid voor alle zaken rond een nalatenschap, zoals de boedelbeschrijving, vereffening en verdeling van de boedel, en geschillen die uit de nalatenschap voortvloeien. Denk aan civiele, vastgoed- of handelsgeschillen met betrekking tot de erfenis, geschillen tussen erfgenamen, of tussen erfgenamen en derden, en kwesties over de geldigheid van testamenten of schenkingen. De uitspraken van deze kamers zijn definitief. Alleen een herzieningsverzoek is nog mogelijk. De kamers kunnen ondersteund worden door de griffie en een rechter die toezicht houdt op de voortgang van de zaak. Daarnaast mogen zij deskundigen inschakelen om rapporten op te stellen of te beoordelen. Partijen kunnen ook bij andere civiele of handelsgeschillen vragen om behandeling door een gespecialiseerde kamer, waarbij dan dezelfde regels gelden.
Gevolgen: Deze wijziging brengt specialisatie en snelheid in erfprocedures. Doordat er geen hoger beroep mogelijk is, worden zaken sneller afgerond. Tegelijk stijgt het belang van zorgvuldige voorbereiding: partijen krijgen slechts één kans om hun zaak goed voor het voetlicht te brengen. Het gebruik van deskundigen en de focus op finale geschilbeslechting dragen bij aan effectieve afhandeling. Ook buiten het erfrecht ontstaat meer ruimte voor maatwerkprocedures.
Artikel 164 – Strengere eisen aan het instellen van hoger beroep
Oude regeling: Een appellant hoefde bij het indienen van het beroepschrift niet alle gronden van het beroep meteen volledig uit te werken. Het was gangbaar om een summier beroepschrift in te dienen en de inhoudelijke gronden later aan te vullen.
Wijziging: Voortaan moet het beroepschrift volledig en inhoudelijk onderbouwd zijn op het moment van indiening. Het moet duidelijk vermelden tegen welk vonnis beroep wordt ingesteld, op welke gronden, en welke beslissing wordt verlangd. Als deze onderdelen ontbreken, verklaart het hof het beroep niet-ontvankelijk. Bij papieren indiening moeten bovendien afschriften en bewijsstukken worden toegevoegd voor de wederpartij en voor het dossier. Elektronische indiening wordt aangemoedigd.
Gevolgen: Hoger beroep wordt hiermee een serieuzer instrument. Appellanten moeten hun zaak meteen volledig voorbereiden. Het indienen van een vaag of onvolledig beroep is zinloos. Dit bevordert de voortgang van procedures en voorkomt misbruik van beroepstermijnen.
Artikel 175 – Beperking en uitbreiding van cassatieberoep
Oude regeling: Cassatie stond alleen open tegen einduitspraken van het hof van beroep. Er was geen vaste waardegrens en tussentijdse beslissingen konden niet via cassatie worden aangevochten.
Wijziging: Cassatie is voortaan alleen mogelijk bij zaken met een belang boven de 500.000 dirham of bij zaken met een onbepaalde waarde. Daarnaast kunnen nu ook bepaalde beslissingen van het hof van beroep worden aangevochten, niet alleen einduitspraken. Uitspraken over de tenuitvoerlegging van vonnissen zijn uitgezonderd van cassatie.
Gevolgen: Het hoogste gerecht richt zich op zaken van juridisch of financieel gewicht. Voor partijen betekent dit dat kleinere of puur uitvoeringsgerichte procedures sneller definitief worden. Tegelijk ontstaat ruimte om ook eerder in de procedure belangrijke juridische vragen aan de orde te stellen.
Artikel 176 – Uitgebreide bevoegdheden voor de procureur-generaal
Oude regeling: Het Openbaar Ministerie had in civiele zaken nauwelijks invloed, zeker niet nadat beroepstermijnen waren verstreken. Er was geen correctiemechanisme buiten partijen om.
Wijziging: De procureur-generaal mag nu, op eigen initiatief of op verzoek van de minister van Justitie of de lokale rechterlijke autoriteit, cassatie instellen tegen een uitspraak waartegen partijen zelf geen beroep (meer) kunnen instellen. Dit moet binnen een jaar na de uitspraak gebeuren. De behandeling verloopt buiten aanwezigheid van partijen, maar de uitspraak is voor hen bindend.
Gevolgen: Er ontstaat een extra waarborg tegen juridische fouten. Zelfs als partijen berusten in een uitspraak, kan deze in uitzonderlijke gevallen nog worden herzien. Dit vergroot de betrouwbaarheid van het rechtssysteem en draagt bij aan rechtseenheid.